
De ‘supernota’ van de Arizona-regering, die eind januari werd onthuld, introduceerde een concept dat bijzonder interessant is: sociale leasing. Maar wat houdt dit precies in, en wat zijn de verschillen met private lease? Laten we dit eens nader bekijken.
In de 203 pagina’s van het Arizona-akkoord, specifiek in het gedeelte over mobiliteit, staat het volgende: “De regering zal een ondersteuningsmechanisme onderzoeken inzake sociale leasing (“Social Lease”) van elektrische voertuigen, gericht op werknemers met een inkomen onder een bepaalde drempel.”
Op het moment dat dit artikel online gaat, zijn er nog geen verdere details bekend over deze Belgische sociale leasing. Toch kunnen we aannemen dat de regering-De Wever inspiratie heeft gehaald uit het Franse model, dat bedoeld was om de overstap naar elektrische voertuigen te versnellen.
Sociale leasing in Frankrijk
De sociale leasing werd in Frankrijk in 2024 gelanceerd en gaf 50.000 huishoudens met een bescheiden inkomen de mogelijkheid om een elektrische stadsauto te leasen voor €100 per maand, of €150 per maand voor een grotere elektrische gezinsauto.
Om in aanmerking te komen, moesten kandidaten aan meerdere voorwaarden voldoen, naast het inkomenscriterium. Enkele voorbeelden: jaarlijks minimaal 8.000 km rijden en minstens 15 km woon-werkafstand.
De Franse staat trok hier €650 miljoen voor uit, een aanzienlijk budget, waardoor het programma veel sneller werd stopgezet dan gepland. Desondanks wordt verwacht dat het in de tweede helft van 2025 opnieuw wordt gelanceerd, maar dan met een kleiner budget en nieuwe voorwaarden.
Vergelijking met private lease
Hoewel sociale leasing op het eerste gezicht betaalbaar lijkt, heeft het ook nadelen ten opzichte van private lease. De maandelijkse huurprijs omvat geen optionele diensten, zoals vermeld op de officiële Franse overheidswebsites. Dit betekent dat, in tegenstelling tot private lease, verzekering en onderhoud niet inbegrepen zijn in de maandelijkse kosten. Volgens de Franse administratie kun je soms het onderhoud als extra dienst toevoegen, maar dan stijgt de maandelijkse huurprijs en kan die boven de €150 per maand uitkomen.
Ten slotte, net als bij private lease (zie hier), is de huurder verantwoordelijk voor eventuele herstellingskosten bij de teruggave van het voertuig.